Het Fasehuis is een trainingsgroep waar cliënten wonen met een matig verstandelijke beperking en moeilijk verstaanbaar gedrag. Bij het Fasehuis is er een bijzondere afspraak rond het avondeten. We zitten met z’n allen aan een grote tafel, iedere dag op een willekeurige plek.

Wanneer John voor zichzelf heeft gebeden, start de maaltijd en zijn we stil aan tafel. Er wordt alleen gesproken als je iemand vraagt om iets voor je aan te geven, bijvoorbeeld de waterkan. Het avondeten is een rustmoment van de dag. ‘Wat ongezellig’, hoor ik weleens van begeleiders terug wanneer ik hierover praat. ‘Is dat zo?,’ in mijn ogen niet. Wij ‘niet cliënten’ typeren dit soort situaties als ongezellig, want eten doe je samen en je neemt met elkaar de dag door. Maar wij zijn hier voor het begeleiden van cliënten. Om die reden kijk je naar hen en wat zij nodig hebben.

Wat is voor hen de betekenis van een maaltijd?

Het avondeten was voorheen een bron van onrust en spanning. Een lege maag en de groep bij elkaar aan tafel zetten, een groep cliënten die zijn eigen emoties niet kan reguleren en overspoeld kan worden door de emoties van anderen.

De groep cliënten is aan elkaar gewaagd, in goede en in slechte tijden. Ze kunnen aardig zijn voor elkaar, maar elkaar ook op een negatieve manier flink uitdagen. Ze hebben moeite met sociale interactie. Zet dit alles bij elkaar en cliënten kunnen niet op een ontspannen manier eten. Waar zij behoefte aan hebben is zich volledig te kunnen concentreren op het eten van hun maaltijd.

Koffie

Dus is er stilte aan tafel, waar iedereen aan gewend is. Wanneer iedereen is uitgegeten wordt de maaltijd weer afgesloten met een gebed waarna direct de koffie geserveerd wordt. Op dat moment mag er wel gepraat worden. Dat wordt dan aangestuurd door de begeleiders. Soms ontstaat er spontaan een gesprek, omdat een cliënt iets wil vertellen. Soms brengt een begeleider iets in.

Doordat het eten een rustpunt is geweest, verloopt dit gesprek ook vaak prima. Ieder heeft zijn buikje vol, dat doet ook veel goed. En met de aansturing van de begeleiders leren cliënten omgaan met sociale interactie. Om de beurt spreken en luisteren, reageren op wat er gezegd wordt, een vraag stellen, etc.

Spontaan gesprek

Zo ontstaat er vandaag spontaan een gesprek. Wanneer de begeleider vraagt hoe John zijn dag is geweest vertelt hij dat hij aan het oefenen is op zijn werk met planken en dat hij het daarna kan doen in de maatschappij. Bij John vraag ik altijd een beetje door, omdat ik weet dat mijn eigen associaties bijna altijd totaal een andere richting opgaan dan wat hij vertelt. John kan zichzelf overschatten. Zijn taalgebruik ligt hoger dan zijn taalbegrip. Hierdoor is de kans ook groot dat mensen om hem heen, hem ook overschatten.

Soms wordt John als ik doorvraag wat ongeduldig, want voor hem is het zo klaar als een klontje. Behept met autisme, kan hij zich nauwelijks inbeelden dat ik iets anders in mijn gedachten heb.

Zo word ik vandaag nieuwsgierig naar de planken. John herhaalt nogmaals en nu wat steviger van toon dat hij oefent met planken. Wanneer ik concreet doorvraag begrijp ik dat hij op het grasveld aan het oefenen is om met een zitmaaier en daarachter een karretje over de twee planken te rijden. John geeft aan dat het oefenen hem goed doet, omdat het minder stress geeft, dan mag het gewoon nog fout gaan.

‘En daarna ga ik de maatschappij in’, zegt John. Als we doorvragen op ‘maatschappij’, komen we erachter dat John bedoeld, dat hij dan het karretje echt op de composthoop over twee planken gaat rijden om een vracht te lossen. Waarschijnlijk bedoelt John dat hij eerst iets leert en het vervolgens echt gaat uitvoeren. Het woord ‘echt’ is in de plaats van het woord ‘maatschappij’. Vermoedelijk ontstaan door het idee: eerst leer je iets en dan doe je het echt in de maatschappij.

Maatschappij

Mijn collega begeleider grijpt het prachtige woord ‘maatschappij’ aan om in de groep te bespreken. “Weet iemand eigenlijk wat het woord maatschappij is?”John wordt een beetje opstandig, want dat zegt hij nu toch? “Nou”, zegt mijn collega, “ik heb daar een andere betekenis voor, dus misschien kunnen we er hier samen achter komen” en hij pakt een stift met een vel papier.

Ali wordt wat giechelig, want hij vindt het lastig om over zo’n onderwerp na te denken en mee te praten. Hij zegt op een lollige manier dat ze misschien op het jeugdjournaal kunnen vertellen wat ‘de maatschappij’ is. Hij krijgt hier een compliment voor, want dat is best slim bedacht.

Mijn collega begint te tekenen en vraagt de anderen om beurten om aanvullingen. Hij start in het midden met vier huizen van het Kwatrijn met een hek eromheen. En wat staat er buiten het hek allemaal? Dat is een vraag waar iedereen wel wat op weet te vertellen. Er wordt van alles bij getekend. De molen, de winkels, de huizen, de mensen die er allemaal zijn. De maatschappij is heel groot, alle mensen gaan met elkaar om en leven samen.

We merken dat het een abstract begrip is, dat ze dit heel ingewikkeld vinden. Toch hebben we op een kleine manier geprobeerd iets mee te geven van wat ze er wel van begrepen hebben. Alleen John vandaag niet, hij blijft er stug bij dat het rijden op de planken op de composthoop van het Kwatrijn, dat dat ‘de maatschappij is’.

Deze blog heb ik geschreven voor Amerpoort en is geplaatst op 8 oktober 2014

Share This