FullSizeRender-5Ik ga op ziekenbezoek bij Harold, mijn cliënt met een ernstig verstandelijke beperking. Hij is onverwacht opgenomen, nadat wij met hem naar de huisartsenpost zijn gegaan vanwege een ontstoken wond. Ik kom onaangekondigd en sta op de drempel van zijn kamer. Hij ligt in bed. Hij bevriest van mijn komst. Ik geef hem even de tijd, want ik ‘pas nog even niet in zijn plaatje’. Na een stilte zeg ik:”Wat een verrassing dat ik kom hè?” En hij kijkt mij aan en zegt zachtjes:”Ja”. Dat is voor mij een teken dat ik dichterbij kan komen en hij mij weer aan kan.

Grip houden
Natuurlijk kom ik niet met lege handen. Ik heb namens de woning een ballon van een dolfijn mee en zeg:”Ik heb een cadeautje voor je meegenomen”. Hij roept enthousiast:”Een vis!” en ik bevestig “Ja, een vis! Laten we een plekje zoeken voor je vis”. Deze man doet ontzettend zijn best in het ziekenhuis. Hij probeert grip te houden op de situatie waar hij niets van snapt. Hij zit in een onbekende wereld, met onbekende zorgverleners. In het ziekenhuis werken verpleegkundigen die medisch georiënteerd zijn. Dat stuk expertise wat wij begeleiders in zijn woning niet hebben, maar wat nu van levensbelang is.

Overschatten
Hij is bekend met moeilijk verstaanbaar gedrag een hechtingsstoornis en autisme. Door zijn vlotte babbel en iedereen aan te spreken zet hij een vertekend beeld neer. Hij wordt gruwelijk overschat door ‘de buitenwereld’. Op de achtergrond is er zijn familie. Een ingewikkeld gezinssysteem met zwakbegaafd milieu. Ze doen hun best en komen op visite, maar vinden dit een belasting op hun dagelijkse leven. Ze willen er alles aan doen om hem zo snel mogelijk terug naar de woning te krijgen. Ze begrijpen niet dat dit wegens zijn gezondheid nog niet mogelijk is. Hierdoor ontstaan er frustraties die ook terecht komen bij Harold. Zo stapelt er extra stress op. Wij proberen dit zo goed mogelijk in juiste banen te leiden.

Alles komt goed
Ik kijk in de kast, op zoek naar vuile kleding. Ik zet deze klaar om mee te nemen en zie dat deze vol met urine zit. Hij is niet bekend met ‘broekplassen’, maar zit nu in een spannende situatie. Dan is het heel eng om op tijd je bed uit te gaan naar de wc. Ook al is deze privé en grenst direct aan zijn kamer. Hij vraagt:”Hoe is het op de Koolmeesweg?” Ik zeg:”Het is stil Harold, heel erg stil zonder jou!” en hij glundert. Voordat ik wegga zeg ik hem dat alles goed komt. Dit lijken altijd van die ‘vage uitspraken’, maar hij herkent het als mantra en het gaat vooral om het gevoel wat ik in deze woorden leg. Deze sfeer neemt hij over. Wanneer ik in de gang loop, op weg naar de lift hoop ik vurig dat de behandeling snel aan gaat slaan en dat de medische thuiszorg spoedig wordt geregeld. Maar dat is afwachten.

 

Share This