0147_001Aanvankelijk ben ik gevraagd als projectleider om een methodiek te ontwikkelen en deze te implementeren voor een trainingshuis voor cliënten met een matige en licht verstandelijke beperking en moeilijk verstaanbaar gedrag. De woning bestaat nu al ongeveer 5 jaar, waarvan dezelfde cliënten hier van begin af aan wonen. Het heeft al wisselende managers gehad, waarmee de visie her en der wat verschoof, maar een methodiek is nooit van de grond gekomen. Wil je dat het gaat werken en dat je echt van een trainingshuis met individuele uitstroom van cliënten kunt spreken, zal er eerst onderzoek moeten plaats vinden. En dat hebben we gedaan.

Huidige cliëntengroep
Het lastige aan deze klus is dat er al een bestaande groep cliënten is. Het idee is ooit gestart, maar procesmatig is er na de start niet verder gekeken. Er ontbreekt een goede visie, beleid en de nodige instrumenten. Aanvankelijk is zo’n klus met resultaat wel te klaren, maar door middel van onderzoek ga je samen kijken naar de voorwaarden die nodig zijn om op realistische wijze het doel te behalen. Ik ben een procesvolger, wat wil zeggen dat je een deel openlaat voor wat er nog onvoorzien op je pad komt. De open stukken worden gaandeweg duidelijk en hierop stel je bij. Ik houd dus niet stug vast als er redenen zijn dat iets niet werkbaar blijkt te zijn. Zo kwamen wij met de projectgroep overeen dat de huidige cliëntengroep niet evenwichtig is samengesteld. De cliënten zijn niet allemaal geschikt om deel te nemen aan het programma van een trainingshuis. Toch heb je de verantwoordelijkheid voor de huidige cliënten.

Koers project
Daarnaast blijkt er een belangrijke voorwaarde niet uitvoerbaar te zijn. De organisatie is niet toegerust om cliënten tijdig, methodisch met vooruitziende blik door te laten stromen naar plekken die aansluiten bij hun toekomstperspectief. Dat is de grootste bottelnek en van essentieel belang, waardoor het doel van dit project niet behaald wordt. Als je tot deze conclusie komt, dat iets niet werkt, dan is het verstandig dit aan te geven en de koers bij te stellen.

Gefaald?
Hebben wij gefaald als projectgroep? Heb ik gefaald als projectleider? Nee, dat vind ik van niet. Het is wel even ‘schakelen’ wanneer je een tijdlang hebt samengewerkt aan iets waarvan je dacht dat het zou werken, waarvan je dacht dat het welzijn van cliënten zou verbeteren. Om die keuze te maken, daar is dan ook moed voor nodig. Voor het slagen van een project ben je afhankelijk van diverse lagen binnen een organisatie en binnen de maatschappij. We hebben niet gefaald, omdat de voorwaarde (doorstromen van cliënten) buiten onze (en mijn) invloed ligt. We hebben dit op tijd geconcludeerd.

Eigen methodiek
Naast deze voorwaarden zijn er ook elementen die zeer geschikt blijken te zijn bij een dergelijk project. We hebben natuurlijk niet stil gezeten. Te denken valt aan de verhuizing naar een unieke locatie van een klein overzichtelijk landgoed aan de rand van een levendige wijk. Ook het team wat met deze cliënten werkt heeft zich geprofessionaliseerd en gespecialiseerd in het werken met cliënten met een dergelijke hulpvraag. Toch wordt het trainingshuis een permanente woning waarmee we als projectgroep nog niet klaar zijn met ontwikkelen. Alleen krijgt het project een andere wending. Het doorstromen van cliënten vervalt, maar er wordt voor deze unieke locatie wel een eigen pedagogische methodiek uitgewerkt.

Share This